Cruciale instellingen bij het fotograferen (10)

Formaat van de sensor

Zoals je elders hebt kunnen lezen wordt bij het maken van een foto het licht dat op de sensor valt, in een minicomputer omgezet in een digitaal beeld. Het formaat van de sensor en het aantal pixels op de sensor zijn van groot belang voor de kwaliteit van de uiteindelijke opname.

De meest gebruikte sensors in compactcamera’s hebben een formaat van 7,18 x 5,32 mm en 7,60 x 5,70 mm. In spiegelreflexen worden sensors gebruikt van 17,3 x 13 mm (Olympus Four Thirds Systeem), 22,2 x 14,8 mm (APS-C Canon), 23,6 x 15,7 mm (APS-C bij Nikon, Pentax en Sony) tot en met ‘full frame’ 24 x 36 mm (het oude formaat van dia’s en kleinbeeldnegatieven). Waar het op neer komt is dat hoe kleiner de sensor, des te meer het beeld vergroot moet worden voor een bepaald formaat afdruk en des te meer er aan kwaliteit verloren gaat. Op dit punt komt ook duidelijk het kwaliteitsverschil tussen een gemiddelde compactcamera en een spiegelreflex naar voren.
De verhouding tussen de hoogte en de breedte van de sensor bedraagt bij de meeste compactcamera’s en enkele spiegelreflexen 3:4, dit omdat ook het computerscherm dezelfde verhouding heeft. Bij de meeste spiegelreflexen, zeker bij de full-frame modellen, ligt dit op 2:3, de klassieke verhouding van het vroegere kleinbeeldformaat.

De camerasensor wordt zichtbaar wanneer je de lens van de spiegelreflexcamera neemt en de sluiter open zet.
De camerasensor wordt zichtbaar wanneer je de lens van de spiegelreflexcamera neemt en de sluiter open zet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *